Všeobecná konverzace

Here are some common Dutch phrases for general conversation with people you already know.

Ptát se někoho, jak se má

hoe gaat het?jak se vede?
hoe gaat het met u?těší mě
hoe staat het er mee?jak jde život?
alles goed, dank jemám se dobře, děkuji
het gaat oké, dank jemám se dobře, děkuji
niet zo goedujde to
en met jou?a ty?

Asking what someone has been doing

wat heb je gedaan de laatste tijd?co jsi v poslední době dělal/dělala?
veel aan het werkhodně pracuji
veel aan de studiehodně se učím
ik heb het erg druk gehadmám toho hodně na práci
hetzelfde als altijdjako obvykle
niet veelne mnoho
ik ben net terug van ...

Zajímat se o něčí plány

heb je plannen voor de zomer?máš nějaké plány na léto?
wat ga je doen met ...?
Kerst
Oud en Nieuw
Pasen

Kouření

rook je?
rookt u?kouříte?
ja, ik rook
nee, ik rook nietne, nekouřím
heb je er bezwaar tegen als ik rook?bude ti vadit, když si zapálím? bude vám vadit, když si zapálím?
wil je een sigaret?dáš si cigaretu?
heb je een extra sigaret?
heb je een vuurtje?máš oheň?
ik ben gestopt met roken
ik ben gestoptpřestal/přestala jsem
ik probeer te stoppen